Prejudiciële uitspraak
Afgelopen vrijdag heeft de Hoge Raad een zogenaamde prejudiciële uitspraak gedaan over het rekenen van bemiddelingskosten aan de huurder. De kantonrechter in Den Haag had een prejudiciële vraag gesteld om meer duidelijkheid te krijgen in de wisselende jurisprudentie over dit onderwerp.

De Hoge Raad heeft bepaald dat een bemiddelingsbureau voor de verhuurder werkt als deze de woning op het internet plaatst. In dat geval mag de bemiddelaar geen vergoeding van de particuliere huurder vragen. Dat geldt óók als de verhuurder niet voor plaatsing op het internet betaald of wanneer de verhuurder zélf het pand aanbiedt bij de bemiddelaar. Wel mag de huurder kosten (zoals inschrijfgeld) in rekening worden gebracht wanneer een woningsite als elektronisch prikbord fungeert. Huurder en verhuurder treden dan rechtstreeks met elkaar in contact zonder dat daar een bemiddelaar als ‘toegangspoort’ tussen zit.

Wetsvoorstel bemiddelingskosten

Los van deze prejudiciële uitspraak heeft de vaste commissie van Veiligheid en Justitie 14 oktober jl. het wetsvoorstel Dubbele Bemiddelingskosten als hamerstuk aangemeld voor plenaire behandeling in de Tweede Kamer. In het voorstel wordt de wet, die het rekenen van bemiddelingskosten regelt, verder aangescherpt. Ook in het wetsvoorstel wordt uitgegaan van het feit dat plaatsen op het internet in principe betekent dat bemiddeld wordt voor de verhuurder. Daarnaast wordt de mogelijkheid van administratiekosten sterk ingeperkt. Naar verwachting wordt het wetsvoorstel zonder verder debat aangenomen, tenzij zich nog sprekers aanmelden. Het wetsvoorstel wordt breed gedragen door de Tweede Kamer.

Bron: VBO